Michel van der Aa


Newsletter

Articles

Introductie tot het werk van Michel van der Aa door Michiel Cleij


Photo Isabelle Vigier
'Muziek is pas écht spannend als poëzie en vorm onlosmakelijk verbonden zijn', stelt Michel van der Aa (1970). En in die spanning excelleren zijn composities: vakmanschap en zeggingskracht gaan gelijk op en versterken elkaar voortdurend. Van der Aa's gevoel voor helderheid en structuur verraadt zijn achtergrond; hij studeerde in Den Haag bij Diderik Wagenaar en Louis Andriessen. Maar in de bezieling van zijn materiaal is hij een volkomen eigen weg gegaan. Want zijn muziek heeft ook een poëtische, kwetsbare kant. Je hoort ademende, levende constructies met menselijke eigenschappen: eenzaamheid, onverwachte humor, onthechting en gespletenheid. Het is muziek die extreme reacties oproept, die zowel ontreddert als ontroert.

Luisterend naar een Van der Aa-stuk kun je je vaak afvragen waar het geluid nu eigenlijk vandaan komt. In sommige werken krijgen de musici onzichtbaar gezelschap van een geluidsband die met hen een dialoog aangaat. En waar dat niet het geval is, kunnen de zichtbare instrumenten zich van een onvermoede kant laten horen. Van der Aa is een dramaticus: voor hem zijn klanken wat mensen zijn voor een theatermaker. Zijn klanken zijn plastisch, plooibaar of weerbarstig, versterken of neutraliseren elkaar, overheersen of delven het onderspit. Dit geeft zijn muziek een sterk visuele inslag: zelfs bij de meest fantasieloze luisteraar weet Van der Aa beelden op te roepen. En de confrontatie tussen die beelden heeft vaak een thriller-achtige intensiteit.

Zodra de 'hoofdpersoon' is neergezet - door een solist, een ensemble of een orkest - wordt die op de proef gesteld door impulsen van buitenaf. De opponent ontpopt zich meestal als een alter ego, een andere versie van hemzelf: een gesampelde versie op tape, bijvoorbeeld, of een live imitator binnen het ensemble. De interactie met het alter ego, een karakteristiek Van der Aa-gegeven, klinkt altijd overrompelend. Het klankbeeld varieert voortdurend, en daarmee ook de koers van zijn drama's. Elke compositie biedt wel een glimp van harmonie en behaaglijkheid; maar het is de aantasting daarvan die de muziek zo aangrijpend maakt.

In de recente Here-Trilogy komt Van der Aa's dramatiek tot volle wasdom. De drie delen - voor uiteenlopende bezettingen gecomponeerd, en ook afzonderlijk uit te voeren - hebben 'de zangeres' als verbindend thema. Haar relatie met haar muzikale omgeving verandert per deel. In Here [enclosed] is ze zelf nog niet aanwezig; orkest en dirigent hebben op het podium een kast als partner, waarin een replica van de soliste zichtbaar wordt. Dit object beantwoordt de live muziek met gesampelde flarden van het orkest zelf en dwingt daarmee de musici tot mime: zij blijven spelen, maar de klank is door het alter ego geroofd. In Here [in circles], voor klein ensemble, verschijnt de zangeres in levenden lijve. Maar ook ditmaal breekt ze niet los uit haar isolement: ze blijft steken in loops, evenals de andere musici. Ter versterking van die uitzichtloosheid maakt de zangeres realtime-opnames van het gebeuren met een mini-recorder die ze naar het ensemble terugkaatst.
Synchroniteit tussen individu en omgeving wordt pas bereikt in Here [to be found]. Maar steeds blijven de twee partijen elkaar aftasten, aanvullen, aftroeven en ontkennen - om vervolgens elk hun eigen weg te gaan.

Even representatief is One, een kamer-opera waarin één zangstem het opneemt tegen een geluidsband en video-projecties. De videobeelden zijn innig vergroeid met de muziek; net als de geluidsbanden die Van der Aa elders in zijn oeuvre toepast zijn ze een verlengstuk van het klankbeeld, een extra muziekinstrument. Kenmerkend is de manier waarop Van der Aa schoonheid en lelijkheid onverbloemd tegenover elkaar zet: de bijna neurotische, getroebleerde tekst (van de componist zelf) en de vaak zeer esthetische klanken vormen een prikkelend contrapunt. Juist door 'lelijkheid' te onderkennen geeft Van der Aa schoonheid een richting en een noodzaak.

Je zou Van der Aa een expert kunnen noemen op het gebied van ontregeling en ontsporing. Double lijkt qua podiumopstelling een klassiek duet voor viool en piano, maar onmiddellijk slaat de vervreemding toe. De piano is geprepareerd met het haar van een strijkstok om de vioolklank te imiteren; de viool probeert deze concurrentie af te schudden. Daarop volgt een heftige interactie, vol schijnbewegingen en gefrustreerde communicatie.
Een variant op dit spel is het slagwerkduet Wake - al is 'duet' hier vooral een visueel begrip. Want één slagwerker blijft onhoorbaar; hij participeert met mime, kopieert of voorspelt de gestiek van zijn partner en zet daarmee diens timing in een andere context. Ook hier toont Van der Aa zijn vermogen een dramatische lijn door te denken: gaandeweg beïnvloedt de mime-speler de musicus en zet hij het betoog naar zijn hand. Wat aanvankelijk een schaduw was, werpt nu licht op het muzikale verloop.

Hoe interdisciplinair hij ook werkt, noten blijven altijd Van der Aa's grondstof. Slechts tien akkoorden vormen de basis van de 'Preposition Trilogy' Above, Between en Attach. Beperkt materiaal, dus; maar bij Van der Aa genoeg voor een muzikale odyssee. Een live-ensemble en een tape met samples daarvan zijn de 'personages', en hun confrontaties zijn ware cliffhangers: naarmate de machtsverhoudingen wisselen, verandert ook het omliggende klanklandschap.
Grilligheid en bizarre wendingen vind je overigens al in zij vroege werken. Auburn, voor gitaar en tape, rukt de klassieke gitaar los uit haar introverte, brave imago: muziek als een hogedruk-ketel, waarin funky riffs de temperatuur opdrijven. En in Oog is het een cello die lijkt te ontploffen, verleid en geprovoceerd door de klanken op tape.

Van der Aa's muziek, kortom, vertaalt alledaagse, wereldlijke processen in onalledaags geluid. Hij beeldhouwt met klank en zijn onderwerpen zijn uit het leven gegrepen. En omdat hij altijd nauw samenwerkt met de musici, komen ze fris en vitaal voor het voetlicht. Van der Aa tast de verwachtingen van zijn publiek af, manipuleert ze, vervormt ze. Maar zelfs in de kromste spiegels kun je jezelf herkennen, of je wilt of niet.
Wat de Stuttgarter Zeitung over Here [to be found] schreef, geldt voor zijn hele oeuvre: 'Michel van der Aa stelt de juiste vragen aan zichzelf en aan de muziek. Bijvoorbeeld: hoe kan ik het sterkst uitdrukken wat ik wil zeggen? En, zoals het een goed ambachtsman betaamt: hoe bouw ik een toren? En hoe kom ik daar vervolgens weer uit? Hoe kan ik van iets 'ouds' weer iets nieuws maken?'

©2004 Michiel Cleij, Boosey & Hawkes

« back to words